Door: Monique Evers
‘Ik ben bang dat ik een soa heb.’ ‘Mijn ouders hebben heel veel ruzie, ik maak me zorgen.’ Dat zijn problemen waar jongeren mee kunnen zitten. Sinds deze week kunnen ze er online over chatten met hulpverleners. Via jonginheuvelland.nl.
Natuurlijk kunnen jongeren met hun vrienden en ouders over heel veel problemen praten. En ook op internet zijn heel veel oplossingen te vinden voor allerlei zaken waar tieners mee kunnen zitten. “Maar soms vinden ze het gewoon prettig om anoniem met iemand over hun problemen te kunnen praten. En dat doen ze niet graag over de telefoon maar veel liever achter de computer”, zegt mede-initiatiefnemer Léon Vaessen van het chatprogramma op de website jonginheuvelland.nl. In het dagelijks leven is hij zorgcoördinator en geeft hij levensbeschouwing op de Gulpense scholengemeenschap Sophianum. Vanaf nu zijn vier uur per week hulpverleners bereikbaar die vragen van scholieren kunnen beantwoorden. Vragen die overal over kunnen gaan. Over liefde, seks, zakgeld, uitgaan, verslaving, gepest worden, het uiterlijk of problemen op school. “Het belangrijkste is dat er naar de jongeren geluisterd wordt. Dat hun problemen serieus genomen worden. Problemen die in de ogen van volwassenen misschien niks voorstellen maar die voor jongeren gigantisch kunnen zijn.”
En hij kan het weten. Als zorgcoördinator heeft hij al heel wat jongeren met problemen voorbij zien komen. “Vaak merk je dat ze via een omweg iets proberen te vragen. Dan komen ze met: mijn vriend denkt dat hij een soa heeft, wat moet hij doen? Blijkt dat ze er zelf mee zitten.” Jongeren hebben het tegenwoordig niet makkelijk, vindt de zorgcoördinator. Vroeger had je drie televisiezenders, tegenwoordig 35. “En wat dacht je van de computer? Ze krijgen ongevraagd een hoop informatie binnen waar ze lang niet altijd aan toe zijn. Denk aan programma’s op TMF en MTV. Waar jongens allemaal macho’s zijn en iedereen het met iedereen doet. Dat kan kinderen enorm onzeker maken. Ben ik wel normaal, vragen ze zich dan af. Dan kan het opluchten om daar even met iemand over te praten of te chatten.”
Is er met al die vormen van zorg voor de jongeren niet al voldoende? Voegt het chatten nog wel iets toe? “Zeker wel”, zegt Vaessen. “Natuurlijk, er is jeugdzorg, we hebben hier op school een prima maatschappelijk werker en er is een vertrouwenspersoon. Dat werkt ook allemaal heel goed, maar ze weten wel meteen wie je bent. En daar hebben de jongeren niet allemaal behoefte aan. Dat is toch een drempel.” De hulpverleners achter de computer blijven ook anoniem. Wel is bekend dat ze in het zorgadviesteam van het Sophianum zitten. “Ze weten dus wat er bij jongeren speelt en zijn in staat om te luisteren en adviezen te geven.”
Zelf heeft Léon Vaessen heel veel ervaring bij de telefonische hulpdienst. Jarenlang hing hij iedere vrijdagavond aan de lijn, te luisteren naar mensen met problemen. “Zo belde ooit iemand die zelfmoord wilde plegen en net een overdosis pillen had genomen. Hij was aan het sterven en de laatste minuten van zijn leven hebben we het gehad over zijn zorgen, teleurstellingen en eenzaamheid. Tot de telefoon uit zijn hand viel. Dat heeft toen een enorme impact op me gehad. Ik hoop trouwens niet dat we hier straks met zulke zware gevallen te maken krijgen.”
Over drie maanden wordt het chatprogramma van Jonginheuvelland. nl geëvalueerd. Dan denkt Vaessen precies te weten wat voor een vragen er leven onder jongeren. Misschien moeten de tijden en het aantal hulpverleners worden uitgebreid. “En wie weet komen we wel tot de conclusie dat de school of de GGD aan bepaalde onderwerpen meer aandacht moet besteden. Daar zijn we dan toch mooi achter gekomen.”
Chatten over Problemen
Bron: Jongin Heuvvelland



